Oké, op naar België dus, daar zijn we nu aanbeland, en wel in Huldenberg zo’n 15 km. vanaf Leuven. Net als Normandië heuvelachtig, dus dat gaat nog wat worden met fietsen. We zullen zien.

O ja, onze Kip heeft een Deventer tintje gekregen en een bijpassende (wifi)naam: wigstrakip.

We zijn in twee etappes naar België gereden. Tussenstop Amiens omdat daar een stadscamping is, en we konden we er op de fiets nog even naar toe. Een leuk tochtje langs de Somme.  Amiens: schrijver Jules Verne bracht er een groot deel van zijn leven door, hij stierf er en ligt er begraven.

Amiens: Je kan er goed uit eten op zondag. Vroeger (35 jaar terug) gingen we vaker uit eten op zondag. In die tijd waren de winkels gesloten en zonder koelkast (past niet in de motorkoffer) kan je weinig goed houden.

Amiens bergt ook een van de belangrijkste kathedralen van Frankrijk, de Notre-Dame. Het is de grootste gotische kathedraal van Europa.

Vissen voor de kathedraal?
Deventer heeft paraplu’s, hier gezellige lampenkappen
Op de terugweg naar de camping

Na vertrek uit Amiens reden we richting Belgische grens. In dit gebied werd de slag om de Somme uitgevochten. Het slagveld bevindt zich ruwweg in de driehoek gevormd door de Franse steden Albert, Bapaume en Péronne. Er zijn vele tientallen (zeer goed onderhouden) begraafplaatsen met herinneringen aan honderdduizenden soldaten van alle betrokken nationaliteiten. Nog regelmatig worden voorwerpen gevonden die afkomstig zijn uit deze periode. Hieronder zijn vele onontplofte, en daardoor levensgevaarlijke, granaten. In Pozieres, is er een gedenkplaats voor de omgekomen dieren in WO I, en een gedenkteken voor de tanks die voor het eerst door het Britse leger werden ingezet op 15 september 1916.

Poppys (klaprozen) het symbool van WO I
Gesneuvelde dieren uit WO I worden hier herdacht.
Tot zover de geschiedenisles.

Vandaag hebben we een wandeling van zo’n 14 km. door het Vlaams Brabantse land gemaakt. Mooie wandeling over glooiend terrein, en langs het watertje (de Voer) tussen de akkers en de koeien door (een echt K-pad), over kasseien, asfalt, droge karresporen. Het was afzien in de warmte, maar het is gelukt. Klaar voor vandaag. We gaan een biertje drinken. Proost!

Even rust bij Maria.
Gewoon mooi.
Gezellig met ‘n allen op de rand van het “zwembad”
Omdat ie zo mooi is. De welriekende lathyrus.

Het is al weer donderdag als ik dit schrijf. De dagen gaan in betrekkelijke rust voorbij, dat is lekker na een hectische periode. Maandag hebben we een autorit  gemaakt en de stranden bezocht waar de geallieerden aan land kwamen.Omaha Beach was de geallieerde codenaam en thans ook de lokale naam voor een van de vijf (Utah, Omaha, Gold, Juno en Sword) landingszones voor de Landing in Normandië.

Ohama beach
Geschiedenisles hoop ik.
De soldaten gaan van boord, de toeristen…..
Onderdeel van een bijzonder tafereel die we onderweg tegenkwamen. Let op de radio.

De panelen bij het strand gaven een duidelijk beeld van hoe het gegaan moet zijn op de 6e juni 1944, en ook wat er aan vooraf is gegaan. Vernietigingen van de huizen in de omgeving etc. Ik snap ook wel dat de Amerikanen en Canadezen daar aan land zijn gegaan. Het strand is ongeveer vijf kilometer lang, van Sainte-Honorine tot Vierville-sur-Mer. Bij Utah beach stond zo’n landingsvaartuig waar ze mee zijn gekomen, was toch indrukwekkend. Daarna via Sainte-Marie-du-Mont, waar een kerk met een bijzonder verhaal (iets over Duitse soldaten die opgesloten waren in de kerktoren) terug naar de camping.

Kerktoren van Sainte-Marie-du-Mont
Dit soort banieren zagen we langs de hele kust hangen, indrukwekkend.

De rest van de week gaan we markten in de omgeving bezoeken, boekjes lezen, zwemmen in de oceaan en wat dies meer zij. Elke avond genieten we van de zonsondergang.  Vanaf de camping is die goed te zien. Het is prettig dat het dan ook wat afkoelt, dat slaapt een stuk beter.

Dinsdag was er markt in Portbail en donderdag in Carteret. Leuke toeristische markten waar van alles te koop is. Van kleding, tot groente en matrassen. Ook het ”aloude” handwerk kom je ook tegen. Langzamerhand maken we ook plannen voor de rest van de weken die we nog voor de boeg hebben.

Woensdag wasdag
Barneville-Carteret station
Kipje mocht ook mee naar het strand.

Hoe mooi om hier de dag mee af te sluiten. Voor straks welterusten en morgen komt de zon weer gewoon op.

Toetje van de donderdag een schitterende zonsondergang.

Vrijdag zijn we in de auto gestapt voor de toeristische Route des Caps. Vanuit Baubigny naar het Noorden naar Cap de la Haque. We komen door plaatsen als Flamanville, Vasteville, Biville, Vauville en ga zo maar door. Mooie weggetjes, waar we af en toe stoppen bij een uitkijkpunt, of een strand.

In Dielette proberen we te ontrafelen of we naar een van de Engelse eilanden kunnen. We kunnen ze vandaar uit nl. zien.Dat is nog niet zo makkelijk als het lijkt, ze varen weinig en zijn prijzig. Verder richting de Cap komen we langs Jobourg daar valt ons een enorm industrieel complex op, zoals later blijkt is dit een nucleaire opwerkingsfabriek.

De Normandische kust bestaat uit kliffen, waarvan Cap de la Haque het meest  noordwestelijke punt is. Hier vind je de vuurtoren van Goury. Daar bij de tourist office komen we erachter dat een dagtochtje naar Aurigny (55 min varen en 6 uur op het eiland rondlopen) € 72,- pp is. Dat gaan we dus niet doen. Op de terugweg nog wat boodschappen gedaan en een mooie avond bij de tent gehad.

Zaterdag hebben we weer over de GR 223 gewandeld. Ditmaal de zuidelijke route naar Barneville-Carteret. Een totaal andere belevenis, we liepen door de duinen over verharde- en/of kiezelweggetjes, en veel minder door het rulle zand. Onderweg kwamen we grote bloeiende agaves tegen, prachtig om te zien. Daarnaast heb ik onderweg bramen geplukt die erg lekker waren. In Barneville moesten we over de Cap de Carteret om via het strand terug te wandelen naar de camping. Dat was nog een hele tippel 9 km. rechtuit lopen. Totale route bijna 19 km. ’s Avonds de zonsondergang vanaf de camping bekeken, de fut om naar het strand te gaan was er na ruim 31.153 stappen wel uit.

Vandaag zondag zijn we naar een rommelmarktje geweest, en heb ik een kaarsje opgestoken in de kerk van Barneville. Toen we weer bij de haven waren viel ons het ontzettende lage water op. Er was geen doorkomen aan naar de oceaan. Gisterenmiddag nog 3,3 meter, vandaag wordt er niets aangegeven.

Gisteren, bootje was net de pilaren voorbij, vandaag is ie niet ver gekomen.

De reisdagen zitten erop, we hebben genoeg in de auto gezeten. We trekken een (maan)dag uit om te gaan wandelen, een route door de duinen via Sustainville en het strand weer terug naar de camping.  In de duinen staan veel prachtige distels, ze kleuren een beetje blauw en sommige worden bewoond door slakjes. Het is een mooie wandeling.We doen een stuk van de Grand Randonnée 223 (https://www.manche-toerisme.com/gr223-douanierspad) een route die loopt langs de Normandische kust. Bij helder weer kan je hier de Engelse eilanden zien liggen. In Sustainville is een klein winkeltje en daar hebben we wat eten en drinken gekocht. Het dorp bevat tevens een kerk waarop je heerlijk op de trappen in de schaduw kan zitten en de schoenen van het zand ontdoen.

Distels
Zo mooi, de duinen

Boerenprotest? Het blauw is er duidelijk boven geschilderd. GR routes worden aangegeven met een rood-witte balk.
Distels volop met slakjes.

De terugweg ging over het strand. Het is er rustig, de oceaan is nog wel koud, maar dat schijnt sommigen niet te deren. Wij lopen er een klein stukje in om daarna onze weg terug naar de camping te vinden. Niet zo moeilijk, gewoon langs het water blijven lopen en op het juiste moment afslaan. Al met al een fixe wandeling van zo’n 14 km gemaakt.

We verbazen ons als we verschillende kuilen zien waar aangespoelde krabbepootjes in liggen. Het lijken net sigarettenpeuken, maar gelukkig is het dat niet.

De twee dagen erna hebben we de steden in de omgeving verkent. Briquebec, een plaats waar we op de heenweg al doorheen kwamen, en waar ze drie dagen feest gevierd hadden. Toen wij er kwamen waren ze bezig puin te ruimen.

Woensdag was het de beurt aan Cherbourg in het noorden van Normandië. Een grote stad aan zee, waar we hebben rondgewandeld, min of meer per ongeluk in een botanische tuin terecht kwamen.

Havenstad
Overal in de stad worden scenes uit de beroemde film Les parapluies de Cherbourg getoond.
Wachthokje?

In mijn beste Frans  heb ik aan een postbezorger de weg naar het VVV gevraagd, en jawel hoor iets van droit, gauche, droit, droit, maar we hebben het gevonden. Dat ie gesloten was tussen de middag, dat hadden we wel kunnen bedenken, even aan wennen hier de “siesta”.

We hebben onderzeeboten bekeken in de hal van la Cite de la Mer boodschappen gedaan en weer naar de camping terug. ’s Avonds zijn we op de fiets naar het strand gegaan, maar een mooie zonsondergang zat er niet in. Veel te bewolkt.

Vandaag donderdag, blijven we op de camping. Vlas heeft de fietsen schoongemaakt en de luifel aan de zijkanten gehangen voor wat extra schaduw. Ik vermaak me met lezen, puzzelen, een klein wandelingetje en het bijhouden van dit blog. Klaar voor nu, we drinken een biertje, nemen een tucje en gaan de volgende keer weer verder.

We zijn vertrokken naar la Douce France! Zatredag zijn we vanuit Diepenveen vertrokken uigezwaaid door Moeders Vlastra. We rijden in twee dagen naar Baubigny in Normandië. De eerste dag kamperen we in de buurt van Calais. Een grote camping met zwembad, restaurant, en alles er op en er aan. Niet dat we daar gebruik van maken, dat dan weer niet. De shelter staat er op zijn meest eenvoudige manier, zonder luifel, dus in een mum van tijd opgezet. Na een wandeling door Guines hebben een in de campingwinkel een baquette gekocht, en met alle restanten van thuis een hapjesmaaltijd in elkaar geflanst.

Route dag 1
Onze mascotte is ook weer van de partij.
De meest eenvoudige opzet van de shelter.

Reisdag 2 was er een met miezerig weer, niet echt erg als je toch de godganse dag in de auto moet zitten. Het rijden op zich gaat prima. De shelter hangt er mooi achter. Uiteindelijk arriveerden we tegen 16:30 uur op de camping. Nu was het wel zaak om te kijken welke (delen) we van de voortent gingen opzetten, het waait hier nogal aan de kust. We hebben uitzicht over de oceaan, maar daar komt ook de wind vandaan. Dus, met de kont in de wind de voortent zonder voorkant maar met petluifel opgezet. Zo maken we optimaal gebruik van de mogelijkheden.
Aangezien we al vroeg boodschappen gedaan hadden, hoefden we er niet meer uit. Dus even bijkomen van de reis, lekker eten en drinken en na het eten, een kleine avondwandeling met als verrassing een “point de vue” waar de zon opeens onder de wolken vandaan kwam. Ik denk dat we hier nog wel mooie zonsondergangen te zien krijgen.

Route dag 2
Kijkend naar de zonsondergang.
Lekker lezen met een borreltje erbij.